Muziekgeschiedenis
Net als dat er in de popmuziek verschillende muziekstijlen zijn (rock, metal, techno etc.) zijn die er ook in de klassieke muziek. Die muziekstijlen horen bij een bepaalde periode in de geschiedenis. Hier krijg je een korte uitleg over 3 belangrijke stromingen (stijlperiodes) in de muziek. Je kunt zien dat deze stijlperiodes in elkaar overlopen.
Barok (1600-1760)
Tijdens de barok werden de instrumenten belangrijker in de muziek. Er werd nu
veel meer
voor instrumenten gecomponeerd en er werd veel voor de fluit
geschreven. In de
barok werd het
gevoel belangrijker en werd
de muziek versierd met trillers en voorslagen. Ook was er vanaf nu een
duidelijke melodiestem en een baslijn en werd de muziek meerstemmig.
Denk
bijvoorbeeld aan een fuga. In een fuga wisselen verschillende stemmen
elkaar af
met thema’s.
Meestal
werden er stukken gecomponeerd voor speciale gelegenheden, bijvoorbeeld
voor in
de kerk, of feesten van vorsten. Johann Sebastian Bach (1685-1750)
schreef
bijvoorbeeld veel muziek voor kerkdiensten en Johann Joachim
Quantz (1697-1773)
schreef heel veel muziekstukken in opdracht van koning Frederik de Grote van
Pruisen.
Deze
koning hield zo erg van fluit en muziek dat hij zelf ook fluit speelde
en componeerde. Omdat de componist J.J. Quantz vooral een heel erg goede
fluitist was, liet hij hem speciaal naar zijn hof komen. Zo had de koning steeds
nieuwe fluitmuziek tijdens zijn feesten, muziek om zelf te spelen en had hij
meteen ook een heel erg goede fluitleraar in zijn paleis.
J.J.Quantz schreef wel 300 concerto’s en 200 kamermuziekwerken met fluit
als hofcomponist van de koning.
Luistervoorbeeld: Allegro ma non tanto uit Concert in G voor 2 fluiten van J.J. Quantz.
Wist
je dat in de barok ook de opera’s zijn ontstaan, dat er sinds de barok
vooral
in de majeur- en
mineurtoonladders wordt
gespeeld en dat er soms expres dissonanten (tonen die niet zo mooi
samenklinken) werden gebruikt?
Klassieke tijd (1730-1820)
In de klassieke tijd werd de melodie belangrijker en bestond de begeleiding vooral uit akkoorden. Het clavecimbel verdween langzaam en er kwam de pianoforte (voorloper van de moderne piano) voor in de plaats. In de barok waren de orkesten vooral nog strijkorkesten, maar in de klassieke tijd kregen de blazers een vaste plaats in het orkest. Het orkest van Mannheim was een van de eerste orkesten waar dit gebeurde. Zo ontstonden de symfonieorkesten, zoals we die nu ook nog kennen.
In de klassieke tijd konden voor het eerst ook gewone mensen tegen betaling naar een concert gaan. Tot dan werd de muziek alleen uitgevoerd in de kerk en voor de vorsten in de paleizen.
Belangrijke componisten uit deze tijd zijn: Franz Joseph Haydn (1732-1809),
Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791) en Ludwig van Beethoven
(1770-1827). Zij worden ook wel de Weense Klassieken genoemd.
Wist je dat W.A. Mozart zelfs een opera (Die Zauberflöte) heeft geschreven met een hoofdrol voor de dwarsfluit, dat hij een deel van zijn fluitmuziek heeft gecomponeerd in opdracht van de rijke Hollandse zakenman, Ferdinand Dejean, en dat L. van Beethoven gewoon bleef componeren toen hij helemaal doof was?
Luistervoorbeeld: stukje van het Adagio uit het fluitkwartet in D van W.A. Mozart
Romantiek (1815-1910)
In de romantiek gebruikten componisten verhalen, sprookjes en de natuur om muziekstukken over te componeren. Ze maakten er bijvoorbeeld opera’s en balletten van.
In
de romantiek werden de symfonieorkesten groter en kwamen er nieuwe
instrumenten
in het orkest, zoals bijvoorbeeld de althobo en de esklarinet. Niet
alleen
werden de orkesten groter, ook duurden de symfonieën en opera’s nu
langer. De
partijen werden steeds moeilijker en je moest grote dynamische
verschillen
kunnen maken. Het laten horen van gevoel was heel erg belangrijk in de
romantiek.
Mickey
Mouse als tovenaarsleerling. De tovenaarsleerling is gecomponeerd door
Paul
Dukas.
Muziek
uitvoeren werd nu steeds meer iets voor beroepsmuzikanten. Voor de
amateurmuzikanten werden er makkelijkere stukken geschreven. Deze
makkelijkere
muziek werd salonmuziek genoemd.
Door de uitvindingen van Theobald Boehm werd de dwarsfluit makkelijker te
bespelen in het orkest. De dwarsfluiten met het Boehm-systeem klonken beter, ze
stemden beter, je kon er makkelijker snel op spelen en je kon er ook veel
makkelijker hoog op spelen. Zo kreeg de dwarsfluit een grotere rol in de
symfonieorkesten.
In de romantiek waren er in heel Europa veel belangrijke componisten. Een
paar van deze componisten zijn: Hector Berlioz (1803-1869), Felix Mendelssohn
Bartholdy (1809-1847), Robert Schumann (1810-1856), Richard Wagner (1813-1883),
Giuseppe Verdi (1813-1901), Johannes Brahms (1833-1897), Pjotr Iljitsch
Tschaikowsky(1840-1893). Wist
je dat de componisten nu niet meer in dienst van de koningen waren en
dat de
dirigenten pas in de romantiek met een dirigeerstokje gingen dirigeren?
Daarvoor dirigeerden ze met hun handen of met een rol papier.