Geschiedenis van de dwarsfluit
De oudste fluiten die gevonden zijn, zijn duizenden jaren oud en waren
gemaakt van
botten. Deze fluiten werden gebruikt bij de jacht en bij magische
rituelen.
Later
zijn er ook houten fluiten gevonden en fluiten van bamboe. Alle fluiten
hadden
vroeger alleen gaten. Je kon ze naar links of naar rechts vasthouden en
er
waren ook fluiten waar je recht op kon blazen, net als op een
blokfluit.
De fluiten werden tot in de middeleeuwen bespeeld door jagers, herders, spelers bij feesten en vanaf de 13e eeuw ook door soldaten.
Wist je dat de er over de hele wereld nog steeds op fluiten wordt gespeeld zoals vroeger?
Vanaf de 16e eeuw ontwikkelde de fluit zich tot de dwarsfluit zoals we die nu kennen. De dwarsfluit was toen nog uit 1 stuk gemaakt en had nog steeds geen kleppen.
Rond 1670 werd de dwarsfluit steeds populairder. De dwarsfluit werd uit 3 stukken gemaakt en kreeg 1 klepje: De dis-klep en deze klep hebben we nog steeds op onze fluit, het is de klep voor je rechterpink.
Er waren vroeger veel problemen met de stemming. Dat kwam niet alleen door de gaten, maar ook doordat in verschillende landen en steden in verschillende stemmingen (toonhoogtes) werd gespeeld. Daarom waren er na 1720 ook dwarsfluiten in 4 stukken. Je had kortere stukken voor een hogere stemming en langere stukken voor een lagere stemming.
Doordat de fluit nog maar 1 klepje had, moest je voor veel noten hele ingewikkelde grepen pakken. Die grepen worden vorkgrepen genoemd en de tonen ervan klonken niet echt mooi. Om van die vorkgrepen af te komen, kwamen er extra gaten en kleppen bij. Rond 1775 was er de dwarsfluit met 4 kleppen: de dis-klep (was er al), de bes-klep, de gis-klep en de f-klep.
Uiteindelijk kwamen er steeds meer kleppen bij, maar er was nog steeds geen goed mechaniek bedacht. De beroemde Engelse fluitist Charles Nicholson (1795-1837) had uitgevonden dat het toongat en de gaten voor de vingers groter moesten. Zo kreeg je een grotere toon.
De bekende fluitbouwer Theobald Boehm (1794-1881) hoorde Charles Nicholson een keer spelen en ging meteen aan de slag om de fluit nog verder te verbeteren. In 1832 is de nieuwe dwarsfluit van Theobald Boehm klaar met het mechaniek met kleppen. Boehm noemde deze nieuwe dwarsfluit de Ringklappenflöte. Het fluitspelen werd met dit mechaniek veel makkelijker en het klonk ook veel beter. De fluitisten en orkesten waren dan ook erg blij met de uitvinding van Boehm. We spelen nu nog steeds op dwarsfluiten met een Boehm-mechaniek. Alleen zijn dwarsfluiten nu minder vaak van hout dan vroeger.
Klik hier om te zien hoe een dwarsfluit wordt gemaakt.